Raedelijn
...is de expert op het gebied samenwerkingsvraagstukken van de eerste lijn in Midden-Nederland.
Kent
geeft informatie, weet wat er speelt en vertaalt landelijke ontwikkelingen voor zorgverleners.
Verbindt
brengt partijen bij elkaar en beoordeelt kansrijke initiatieven.
Versterkt
werkt mee aan toegankelijke zorg tegen een aanvaardbare prijs.
Meld u aan en blijf op de hoogte over de ontwikkelingen binnen de eerste lijn.
Hoe eerder, hoe beter. Het is belangrijk om COPD-patiënten in een zo'n vroeg mogelijk stadium op te sporen en snel te starten met een adequate therapie en follow up. COPD heeft een hoge ziektelast en een kans op overlijden is aanzienlijk. De kans om COPD te krijgen ligt bij 2,4 procent bij mannen en 1,7 procent. Deze trend stijgt. Bij ouderen ligt dit tussen de tien en dertig procent. Slechts vijftig procent van alle COPD-patiënten is als zodanig bekend zijn bij hun huisarts. Veel onderdiagnostiek dus.
Ernst van de klachten geen goede indicator
De diagnostiek is complex. Er is slechts een matige relatie tussen de gepresenteerde klachten en de ernst van de longfunctiestoornis. De beste informatie over de aard en ernst van de ziekte geeft een anamnese, lichamelijk onderzoek, aangevuld met longfunctieonderzoek in de vorm van spirometrie (dit impliceert FEV1 en F(VC) met flow / volumecurve en reversibiliteittest).
Diagnostiekservice Utrecht
Vanuit het COPD-project Utrecht is een diagnostiekservice opgezet. Op locatie verrichten spirometristen het longfunctieonderzoek en koppelen de uitslag met beoordeling en advies terug aan de huisarts. Dit voorkomt verwijzing naar tweedelijn.
De huisarts of verpleegkundige/praktijkondersteuner ziet een patiënt met (vermoedelijk) COPD op het spreekuur. De huisarts doet anamnese en lichamelijk onderzoek en vult het intakeformulier in. Dit intakeformulier kan worden besteld bij Saltro Artsenlaboratorium en trombosedienst of T. 030 – 236 11 36. Dan kan een afspraak worden gemaakt voor een longfunctie-onderzoek op diverse locaties bij Saltro.
Kwaliteitseisen spirometrie
Steeds meer huisartsenpraktijken willen zelf spirometrie verrichten. De betrouwbaarheid hiervan is minder gegarandeerd dan in longfunctie- of huisartsenlaboratoria. Zorgverleners in de eerste lijn kunnen alleen een spirometrie verrrichten als zij hiervoor een specifieke training hebben gevolgd en de kwaliteitsborging handhaven. Wanneer men desondanks spirometrie in eigen beheer wil verrichten dan adviseert het COPD-project Utrecht de kwaliteitscriteria in acht te nemen.
Onderzoek longfunctie
De eerste keer dat een patiënt longfunctieonderzoek ondergaat is het wenselijk dat dit gebeurt na het staken van longmedicatie. Dit uiteraard voor zover de conditie van de patiënt dit toelaat. Kortwerkende middelen moet de patiënt acht uur van tevoren staken, langwerkende 24 uur van tevoren (zie bijlage II, medicatielijst). Bij vervolgonderzoek is dit niet nodig. Dit is immers bedoeld om het effect van de behandeling op de longfunctie te meten. Na het longfunctieonderzoek kan de patiënt desgewenst meteen weer met de eigen medicatie starten.
Beoordeling onderzoek longfunctie en therapie-advies
De longfunctieafdeling beoordeelt longfunctie-onderzoek op kwaliteit en geeft een eerste oordeel volgens het stappenplan. De longarts geeft het eindoordeel. Deze boordeling bestaat uit:
De huisarts krijgt deze beoordeling. Hij blijft verantwoordelijk voor de patiënt en behandelt deze zelf.
Follow up na drie maanden onder medicatie
Bij een deel van de patiënten die niet voldoende reageren op inhalatiemedicatie kan een steroïdtest worden geadviseerd: voor en direct na een predniso(lo)n kuur (30 mg gedurende 14 dagen) worden de FEV1 en (F)VC bepaald en de FEV1/F(VC)-ratio. Als er verbetering optreedt kan men overwegen om met hoge dosis inhalatiesteroïden verder te gaan. Ook dan is controle van de longfunctie na drie tot vier maanden onder medicatie noodzakelijk.
Links