U bevindt zich hier: Home > Thema's > COPD-zorg > Bewegen
kent, verbindt en versterkt...

Raedelijn
...is de expert op het gebied samenwerkingsvraagstukken van de eerste lijn in Midden-Nederland.

Kent
geeft informatie, weet wat er speelt en vertaalt landelijke ontwikkelingen voor zorgverleners.

Verbindt
brengt partijen bij elkaar en beoordeelt kansrijke initiatieven.

Versterkt
werkt mee aan toegankelijke zorg tegen een aanvaardbare prijs.

Meer Raedelijn

Nieuwsbrief

Meld u aan en blijf op de hoogte over de ontwikkelingen binnen de eerste lijn.

Aanmelden

Bewegen

Kortademigheid bij alledaagse handelingen of spierpijn krijgen in armen en/of benen kan een indicatie zijn om door te verwijzen naar de fysiotherapeut. Via de vragenlijst fysiotherapie kan een huisarts inventariseren welke problemen een COPD-patiënt ondervindt.

Meer informatie over:

Verwijzing naar fysiotherapeut
Fysiotherapie richt zich op drie probleemgebieden die samenhangen met verwijscriteria

  • sputumretentie of problemen met sputumklaring
  • verminderde inspanningstolerantie. Als patiënten minder ver kunnen lopen of problemen ondervinden bij alledaagse handelingen
  • afgenomen perifere en/of ademspierkracht

Daarnaast zijn ongunstige veranderingen in het gewicht (BMI) en vetmassa (VVM Index) een criterium voor verwijzing.

Fysiotherapeutisch consult
Als de verwijzend arts niet goed kan beoordelen of reactivering zinvol is, dan biedt een fysiotherapeutisch consult misschien uitkomst. Aan de hand van onderzoek en diagnostische testen beoordeelt de fysiotherapeut dit en koppelt het terug aan de verwijzend arts.

Doel van de fysiotherapeutische interventie
Het doel is een verbetering van het inspanningsvermogen waardoor patiënten alledaagse handelingen beter kunnen uitvoeren. Dit vermindert of voorkomt participatieproblemen en verbetert daarmee de kwaliteit van leven.

De literatuur focust op interventies die zijn gericht op maximaal inspanningsvermogen, uithoudingsvermogen en kracht van perifere spiergroepen.

Andere interventies
Ook interventies om het lichamelijk prestatievermogen te verbeteren zijn mogelijk. Zoals ademoefeningen, het aanpassen van bewegingstempo, het verdelen van rust en inspanning, verbetering van de coördinatie en lenigheid, regulering van spierspanning en houding, ergonomische adviezen en het leren beheersen van angst voor dyspneu.

Van fysio- en oefentherapeuten tot ergotherapeuten. Van psychologen tot logopedisten. Verschillende disciplines kunnen hun bijdrage leveren. Binnen een longrevalidatieprogramma is het mogelijk deze interventies op maat in te zetten.

Doelen patiënt als uitgangspunt
Ook kan de patiënt in overleg met de therapeut zijn eigen doelen stellen. Bijvoorbeeld weer kunnen fietsen, geheel of gedeeltelijk terugkeren in het arbeidsproces, verder kunnen lopen of zelfstandiger kunnen functioneren in het dagelijks leven.

Diagnostisch en therapeutisch proces
De huisarts of longarts levert gegevens aan over de diagnose, longfunctie, inspanningstest, medicatie, bijkomende pathologie enzovoort. Zo brengt hij het probleem van de patiënt goed in kaart. Dit is de basis voor een adequaat behandelplan. Daarnaast is het belangrijk dat de patiënt de juiste (hoeveelheid) medicijnen krijgt.

De CBO richtlijn raadt aan op patiënten met Gold III en IV een maximale belastingtest te laten doen. Om zo de risico's en mogelijkheden van belasting en de beperkingen in kaart te brengen. Voor bepaalde patiënten uit categorie Gold II kan dit ook zinvol zijn, dit ter beoordeling van de longarts. Bij bijzonderheden overleft de fysiotherapeut met de verwijzend arts.

De fysiotherapeut doet ook zelf onderzoek en legt de bevindingen daarvan vast. Er worden diverse metingen en testen gedaan, vooraf en aan het eind van het behandelingstraject. Hiervan doet hij verslag aan de verwijzend arts.

Fysiotherapie bij COPD besteedt aandacht aan:

  • voorlichting over de aandoeningsaanpassing
  • ademtechniek in rust en bij inspanning
  • aanleren/ verbeteren techniek voor sputumevacuatie
  • ontspanningsoefeningen
  • eventueel aanvullende behandelmogelijkheden
  • temporegulatie
  • training: duurtraining, duur/intervaltraining of intervaltraining
  • training van perifere spierkracht
  • eventueel specifiek trainen van de ademspierkracht

Testen fysiotherapeut

  • zes-minuten-looptest
  • shuttle-wandeltest
  • maximale inspiratoire monddruk (M.I.P)
  • spierkrachtmetingen
  • Vragenlijst naar Kwaliteit van Leven (Quol-Riq, CRDQ)

Het is handig de training zo snel mogelijk te hervatten als patiënten een verergering van klachten
hebben. Om zo het verlies aan spierkracht en conditie zo veel mogelijk te beperken.

Nazorg
De duur van het reactiveringtraject is minimaal drie maanden. Na de reactivering zorgt de fysiotherapeut voor een nazorgtraject, om de resultaten vast te houden. Dit nazorgtraject kan in verschillende settings plaatsvinden zoals in het reguliere sportcircuit, een aangepaste sport/zwemgroep, met een lagere frequentie bij de fysiotherapeut blijven (slechte groep) of thuis oefeningen doen. Er bestaat een chronische indicatie als patiënten een FEV1 hebben van < 60% voorspeld.

Fysiotherapie en voedingsadvisering
De fysiotherapeut controleert COPD-patiënten standaard op gewicht(sontwikkeling) en Body Mass Index. Vaak is noodzakelijk om training te combineren met voedingsadvies om ongewenst gewichtsverlies te voorkomen en een goede balans te houden in de lichaamssamenstelling. Andersom maakt het geven van bijvoeding (zie ook het hoofdstuk 'diëtistische interventie bij COPD') training noodzakelijk.

Snel naar

Links

Gerelateerde projecten

Behandelprogramma Obesitas IJsselstein

Thema: Bewegen

Een behandelprogramma vanuit meerdere disciplines, voor volwassenen met obesitas. Twee psychologen, een diëtist en een fysiotherapeut uit IJsselstein voeren het.... Bekijk project

Meer projecten

Nieuws

'COPD+' in Gooi- en Vechtstreek 1 maart|Thema: COPD-zorg Onderzoek naar zelfmanagement 1 maart|Thema: COPD-zorg Benut de mogelijkheden van kaderhuisartsen 22 december|Thema: COPD-zorg
Nieuwsoverzicht